Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017

Alinea 418 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:578.

15. Het bewijs is aan de krappe kant en dat maakt – in zoverre heeft de steller van het middel wel een punt – dat het niet zou hebben misstaan indien het hof had aangegeven op welke met elkaar overeenkomende feitelijke omstandigheden het precies het oog heeft. Daartoe kunnen niet dienen de overwegingen die het hof heeft gewijd aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de beide aangeefsters. Het gemotiveerde oordeel van de feitenrechter over de betrouwbaarheid van bijvoorbeeld een verklaring van een zedenslachtoffer maakt immers enkel inzichtelijk waarom die verklaring zodanig betrouwbaar is dat zij voor het bewijs kan worden gebezigd. Indien dat oordeel is ontleend aan ander materiaal – te denken valt dan aan de bevindingen van een deskundige – brengt dat uiteraard niet mee dat om die reden (ook) dat andere materiaal een zekere bewijsstatus verkrijgt en als steunbewijs kan dienen. Dit heeft het hof onderkend door te overwegen dat de beide de auditu verklaringen van [betrokkene 7] en [getuige], die zij op grond van hun professionele betrokkenheid in relatie tot de aangeefsters hebben afgelegd, weliswaar onderdelen van de verklaringen van aangeefsters bevestigen en in die zin van belang zijn, maar ontoereikend zijn om als steunbewijs te dienen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b74c4916096cca350e2e060a0f591affd81a2f5cfd06331082053f4a17b47fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b74c4916096cca350e2e060a0f591affd81a2f5cfd06331082053f4a17b47fa, en de alinea staat in dat document op bytes 89667 tot 91054.