Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017
Alinea 420 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:578.
17. Anders dan het eerste middel stelt heeft het hof in zijn nadere bewijsoverweging niet enkel uitdrukkelijk geoordeeld dat sprake is van een “evidente samenhang tussen beide bronnen”. De nadere motivering waaruit die samenhang dan wel precies bestaat ligt namelijk deels reeds besloten in ’s hofs vaststelling van de omstandigheid dat “sprake is van twee afzonderlijke, betrouwbaar geachte aangiftes van soortgelijke, zo niet identieke delicten tegen dezelfde verdachte”, terwijl die nadere motivering voorts voor het overige rechtstreeks uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen volgt. Uit die bewijsmiddelen kan immers worden afgeleid dat sprake is van een duidelijke onderlinge samenhang in de aard van de ontuchtige handelingen en de wijze waarop die handelingen plaatsvonden. Ik noem hier de volgende elementen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b74c4916096cca350e2e060a0f591affd81a2f5cfd06331082053f4a17b47fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b74c4916096cca350e2e060a0f591affd81a2f5cfd06331082053f4a17b47fa, en de alinea staat in dat document op bytes 91796 tot 92711.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6b74c4916096cca350e2e060a0f591affd81a2f5cfd06331082053f4a17b47fa | shasum -a 256