Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2017

Alinea 105 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:579.

Aan de hand van het Koerdische transcript van de herzieningstolk kon in velerlei gevallen worden vastgesteld dat beweerdelijke opzettelijke fouten in de vertalingen simpelweg niet bleken te bestaan. Het novum bleek in die gevallen gegrond op tekortschietende uitluistervaardigheden van de zijde van de verdediging of door haar ingeschakelde personen. Ik verwijs bijvoorbeeld naar novum 72, ten aanzien waarvan aan de hand van de nadere tolkwerkzaamheden kon worden vastgesteld dat Korkut wel degelijk over “ 40 duizend ” spreekt, en niet over “ hoeveel duizend is dat. ” Bij een beoordeling van novum 99 bleek dat, anders dan de raadsvrouw poneerde, Metin niet zelf zei: “ Er is een auto achter ons en we voelen ons niet op ons gemak ”, maar dat deze uitspraak hem door Baybaşin werd aangereikt als (potentiële) smoes waarmee een geveinsd bezoek aan Baybaşin kon worden afgezegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2e0690e7e90f1a8f2c66194fa13ff4ccd5fc4d335c323b79630fa36499f0d88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2e0690e7e90f1a8f2c66194fa13ff4ccd5fc4d335c323b79630fa36499f0d88, en de alinea staat in dat document op bytes 44077 tot 45083.