Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017

Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:580.

Ik was vandaag op 18 mei 2012 samen met een vriendje [betrokkene 3] in het Meerwaldpark te Amsterdam. Ik zag dat er op een bankje vier jongens zaten. Ik zag dat drie jongens naar mij toe kwamen. Ik had mij[n] telefoon in mijn hand. Ik zag en voelde dat één van de jongens mijn telefoon uit mijn hand trok. Ik ken deze jongen, hij is genaamd [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte] , de verdachte). Ik vroeg of ik mijn telefoon terug kon krijgen. Ik zag en hoorde dat twee van de drie jongens zeiden dat ze de telefoon niet hadden. De twee jongens die mijn telefoon hebben zijn [verdachte] en [betrokkene 4] (het hof begrijpt; [betrokkene 4] ). Ik wilde natuurlijk mijn telefoon terug en vroeg steeds aan de twee om mijn telefoon.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b87cc5b504a17b50fa69a2f18fa65d1a05bd12b36e773204cd98adb5d8566902. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b87cc5b504a17b50fa69a2f18fa65d1a05bd12b36e773204cd98adb5d8566902, en de alinea staat in dat document op bytes 36042 tot 36789.