Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017

Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:594.

Verder blijkt uit het procesdossier dat de verdachte op 12 januari 2014 om 03.54 uur in verzekering is gesteld. Voor zover de raadsman heeft betoogd dat sprake is van een vormverzuim omdat de consultatie na de inverzekeringstelling plaatsvond, geldt dat niet valt in te zien dat de verdachte daarvan enig nadeel heeft ondervonden. Hij heeft immers in dat verhoor geen inhoudelijke verklaring afgelegd. Het hof gaat ook op dit punt daarom aan het verweer van de raadsman voorbij. Ten aanzien van de stelling van de raadsman dat onvoldoende is geverifieerd of de verdachte de hem medegedeelde rechten wel goed heeft begrepen, is het hof van oordeel dat in geen van de verhoren een aanwijzing is te vinden waaruit blijkt dat bij de verdachte op enig punt onduidelijkheid heeft bestaan over zijn rechten. Evenmin volgt dit uit het rapport d.d. 16 januari 2014 dat de forensisch Gz- psycholoog Schuurbiers heeft uitgebracht naar aanleiding van een met de verdachte op 14 januari 2014 gevoerd gesprek (voorgeleidingsconsult). In dit rapport is vermeld dat de verdachte uitgebreid antwoord heeft gegeven op alle vragen van Schuurbiers, dat het contact adequaat is geweest en dat de aandacht en de concentratie goed te trekken en te behouden zijn geweest. Ook concludeert Schuurbiers dat bij de verdachte geen sprake is van acute psychiatrische problematiek in de vorm van depressie, angst of psychose.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8, en de alinea staat in dat document op bytes 60149 tot 61556.