Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017
Alinea 140 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:594.
34. Ten derde zorgt de in artikel 82, lid 2, eerste alinea, laatste zin, VWEU vermelde verplichting van de wetgever van de Unie om rekening te houden met de verschillen tussen de rechtstradities en de rechtsstelsels van de lidstaten ervoor dat geen eenvormig procesrechtelijk stelsel kan worden opgelegd. Toch moeten de nationale procesrechtelijke stelsels, in al hun verscheidenheid, bij hun toepassing de desbetreffende beginselen eerbiedigen, omdat zij anders als ongeldig worden beschouwd. Het toezicht op dit punt valt in de eerste instantie onder de verantwoordelijkheid van de nationale rechters, die zich in geval van problemen tot het Hof kunnen wenden met een verzoek om een prejudiciële beslissing. Ik merk in zoverre op dat vragen op strafrechtelijk gebied, met name in de strikte zin, vallen onder de bevoegdheid van de gewone rechter, en dat deze op basis van de constitutionele tradities van lidstaten de hoeder is van de individuele vrijheden.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8, en de alinea staat in dat document op bytes 77008 tot 77989.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8 | shasum -a 256