Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017
Alinea 145 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:594.
62. De vraag is welke betekenis toekomt aan een richtlijn in de fase na het in werking treden ervan voorafgaande aan de nationale implementatie dan wel de uiterste datum van nationale implementatie. Daaromtrent is door het Hof van Justitie geoordeeld in het arrest van 27 oktober 2016 van het Hof van Justitie in de zaak Milev (C 439/16 PPU). De overwegingen van het Hof van Justitie zijn algemeen van aard, hoewel het in de betreffende de zaak specifiek gaat om de Richtlijn (EU) 2016/343) betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn (PB 2016, L 65, blz. 1). Deze richtlijn 2016/343 is overeenkomstig artikel 15 op 31 maart 2016 in werking getreden en volgens artikel 14, lid 1, van die richtlijn verstrijkt de termijn voor de omzetting van die richtlijn op 1 april 2018.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8, en de alinea staat in dat document op bytes 80824 tot 81788.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8 | shasum -a 256