Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017

Alinea 154 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:594.

65. Er is in de zaak Ibrahim in mijn ogen geen sprake van een relativering van eerdere rechtspraak, in het bijzonder niet van hetgeen in het Salduz-arrest is beoogd. Wel is er een duidelijk contrast met interpretaties van de Salduz-rechtspraak waarin de oorspronkelijke clausuleringen erg weinig doorklinken. Dat er behoorlijk uiteenlopende interpretaties van het Salduz-arrest bestaan, is gezien de niet eenduidige formulering van dat arrest en van latere EHRM-arresten over deze materie) overigens niet verwonderlijk. De stelling van verzoekers in de zaak van Ibrahim (e.a.) dat in het Salduz-arrest een ‘bright line’ zou zijn geformuleerd weerspreekt het Hof gemotiveerd (zie par. 260 in de zaak Ibrahim:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8, en de alinea staat in dat document op bytes 85642 tot 86430.