Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017

Alinea 178 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:594.

80. In HR 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3608 heeft de Hoge Raad bepaald dat het recht op verhoorbijstand voor aangehouden verdachten wordt erkend. Het is duidelijk dat het recht op verhoorbijstand, zoals daar bedoeld, geldt vanaf het wijzen van het arrest op 22 december 2015 (zie ook: ECLI:NL:HR:2016:2018 en ECLI:NL:HR:2016:2019). Het te verbinden gevolg aan een eventueel verzuim ten opzichte van dat recht wordt bepaald door toepassing van artikel 359a Sv. De ernst neemt volgens de Hoge Raad toe naarmate verwacht mag worden dat de politiepraktijk vertrouwd kan worden geacht met deze verscherpte rechtspraak. Een verzuim ten opzichte van deze gewijzigde normering dat zich voor 1 maart 2016 voordoet, zal bij wijze van overgangsrechtelijke regel niet tot uitsluiting van daardoor verkregen bewijs leiden. Ik leid hier niet uit af dat een dergelijk verzuim daarna zonder meer tot uitsluiting van het bewijs moet leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8, en de alinea staat in dat document op bytes 100044 tot 101049.