Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017

Alinea 183 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:594.

85. Aangaande het voorwaardelijk gedane verzoek om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, merk ik het volgende op. Wanneer de Hoge Raad, als laatste instantie, staat voor het nemen van een beslissing in een concrete zaak waarin de juiste toepassing van unierecht onzeker is, maar wel van belang voor een te nemen beslissing in die zaak, dan is hij verplicht daarover een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie (art. 267 VWEU). Het Hof van Justitie zelf beschouwt de mogelijkheid of de verplichting van een prejudiciële verwijzing door een nationaal gerecht niet als een rechtsmiddel van de particuliere partij, maar wel als een aspect van rechtsbescherming, voor de juiste toepassing waarvan de staat aansprakelijk is. Volgens het EHRM 8 april 2014, Dhahbi tegen Italië, no. 17120/09, moet de afwijzing van een verzoek om een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie ingevolge art. 6 EVRM worden gemotiveerd. In dat verband heeft het EHRM verwezen naar de zogenaamde CILFIT-criteria (CILFIT (HvJ EG 6 oktober 1982, zaak C-283/81), zoals eerder al was aangegeven in de zaak Ullens de Schooten en Rezabek t. België, EHRM 20 september 2011, nrs. 3989/07 en 38353/07 en Vergauwen en anderen tegen België ((dec.), 10 April 2012, no. 4832/04, §§ 89-90. Redenen om niet prejudicieel te verwijzen zijn volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie neergelegd in de zogenaamde CILFIT-criteria: (a) irrelevantie, (b) de kwestie is door het Hof van Justitie al opgehelderd (‘acte éclairé’), of (c) het unierecht laat aan duidelijkheid niet te wensen over (‘acte clair’). Hier kan in mijn ogen worden volstaan met de motivering dat het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie niet van belang is voor enige te nemen beslissing in deze zaak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8, en de alinea staat in dat document op bytes 104831 tot 106724.