Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:594.
13. Dat de verdachte het slachtoffer met een smoes meenam naar de garage, vervolgens even met haar terugging naar de keuken, om vervolgens weer met haar naar de garage te gaan, maakt in de waardering van het hof niet dat hij tussentijds heeft afgezien van het besluit. Ik acht dat niet onbegrijpelijk. Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het, als gesteld, bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval door de rechter, waarbij deze het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. Dat verdachte uiteindelijk in een climax van woede het slachtoffer doodde staat er niet aan in de weg om in het licht van de bewijsmiddelen het uitgeoefende geweld te waarderen als de uitvoering van een eerder besluit. Zo begrepen is er geen sprake van een doding die voortkomt uit een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Het hof kon oordelen dat er sprake was van de uitvoering van een scenario dat de verdachte eerder die middag had bedacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8, en de alinea staat in dat document op bytes 22341 tot 23400.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8 | shasum -a 256