Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:594.
Op zondag 12 januari 2014 omstreeks 03.54 uur (aanvang verhoor in het kader van de inverzekeringstelling) wordt cliënt in verzekering gesteld. Opnieuw krijgt hij de cautie. Uit het proces-verbaal inverzekeringstelling blijkt niet dat hem is medegedeeld dat hij voor dit verhoor een advocaat mocht consulteren. De wet schrijft dwingend voor dat de verdachte het recht heeft een advocaat aanwezig te doen zijn bij de inverzekeringstelling. Blijkens de verklaring optreden strafpiket heeft cliënt voor de inverzekeringstelling niet eens een consult gekregen van zijn advocaat.40 Het wettelijk recht wordt dusdoende illusoir. Nu dit wettelijk recht gebaseerd is op art. 6 EVRM is het illusoir worden van dat recht een schending van de mensenrechten van cliënt. Het is immers vaste jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat op lidstaten de verplichting rust de mensenrechten niet illusoir te doen zijn. Het spreekt voor zich dat als cliënt adequaat op zijn rechten was gewezen, hij daar gebruik van had willen maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8, en de alinea staat in dat document op bytes 47597 tot 48651.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d50204cdd2ac4f340ad078646827bc5aa240a11d230a7a1ca05a348b344952a8 | shasum -a 256