Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:597.

Bij de behandeling van deze klachten stel ik voorop dat het hof de vraag of de door [eiseres] in reconventie gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst voor toewijzing in aanmerking komt, beoordeeld heeft volgens de juiste maatstaf van art. 6:265 lid 1 BW. Deze bepaling schrijft voor dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Volgens het hof verkeerde [verweerder] weliswaar in verzuim ter zake het betalen van de huur (rov. 3.5.2), maar rechtvaardigde deze tekortkoming, gezien haar geringe betekenis, de ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen niet, waarbij het hof ervan is uitgegaan dat de tekortkoming bestaat uit het te laat betalen van de huur over de maanden augustus t/m oktober 2013 (rov. 3.5.3 en 3.5.4). Het hof heeft vastgesteld dat aan de betalingsachterstanden geen betalingsonwil maar vooral betalingsonmacht ten grondslag heeft gelegen, en de tijdelijke achterstand op korte termijn weer geheel was ingelopen (rov. 3.5.4). Verder heeft het hof in aanmerking genomen dat de gevolgen van de ontbinding van de huurovereenkomst voor [verweerder] zeer ingrijpend zijn: aan de ontbinding is een veroordeling van [verweerder] tot ontruiming van het gehuurde verbonden, waardoor [verweerder] de door hem in het gehuurde uitgeoefende onderneming diende te staken en de waarde van de investeringen die hij in het pand had gepleegd zou verliezen, terwijl op het moment van instellen van de eis in reconventie het eindigen van de huur en het staken van de onderneming niet de wens van [verweerder] was (rov. 3.5.5). Ten slotte heeft het hof de toewijzing van de vordering tot ontbinding en ontruiming te meer ingrijpend geacht, omdat daaraan de veroordeling van [verweerder] is verbonden de huur die [eiseres] door deze ontbinding derft over de resterende looptijd van de huurovereenkomst aan [eiseres] te vergoeden, waarmee [verweerder] een aanzienlijke betalingsachterstand wordt opgelegd zonder dat daar huurgenot tegenover staat (rov. 3.5.6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1db44c1c0dcb600d7588e522dae6c086bb636d03d0864a23985ca5e4283008d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1db44c1c0dcb600d7588e522dae6c086bb636d03d0864a23985ca5e4283008d, en de alinea staat in dat document op bytes 24074 tot 26325.