Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017
Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:599.
In de literatuur is de afgelopen decennia door vele auteurs bepleit dat (de voorganger van) art. 164 lid 2 Rv moet worden afgeschaft. Ik wijs in de eerste plaats naar het proefschrift van De Tombe-Grootenhuis uit 1993 over de partijgetuigenverklaring in het burgerlijk procesrecht. Zij ziet geen rechtvaardiging voor de beperking naar gelang de vraag of een partij wel of niet het bewijsrisico draagt. De geuite bezwaren tegen de partijgetuigenverklaring gelden immers evenzeer in het geval een partij die niet het bewijsrisico heeft als partij een getuigenverklaring aflegt. Mocht de tijd nog niet rijp zijn voor afschaffing van de bewijskrachtbeperking, dan bepleit zij conform de bedoeling van de wetgever restrictieve toepassing door de rechter.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83afa6d8e27b3812f6a9d5a623f448fa15e21e065bcdd270f75a6c8de92d5c67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83afa6d8e27b3812f6a9d5a623f448fa15e21e065bcdd270f75a6c8de92d5c67, en de alinea staat in dat document op bytes 38755 tot 39581.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83afa6d8e27b3812f6a9d5a623f448fa15e21e065bcdd270f75a6c8de92d5c67 | shasum -a 256