Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017
Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:599.
Ook Asser meent dat er redenen zijn om geen bijzondere eisen te stellen aan het aanvullende bewijs bij een partijgetuigenverklaring, zo volgt uit zijn NJ-annotatie bij het Meijering/Jan Meijer Vastgoed - arrest . Volgens hem mag het “zodanig sterk” en “zodanige essentiële punten”-criterium uit de vaste rechtspraak niet te zwaar worden aangezet. Het criterium doelt volgens Asser vooral op de steun die de partijverklaring vindt in het overige bewijsmateriaal. Asser formuleert het later nog duidelijker: het uit art. 164 lid 2 Rv blijkende wantrouwen ten aanzien van de informatieve waarde van partijverklaringen is in zijn optiek achterhaald . In ons huidige procesmodel wordt veel informatieve waarde gehecht aan de partijverklaringen ter (comparitie)zitting, veel meer dan de sterk door de bewijsrechtelijke traditie bepaalde regeling van de bewijskracht van de partijverklaring, zonder dat daarmee de vanzelfsprekende reserve ten opzichte van het waarheidsgehalte van partijverklaringen behoeft te worden opgegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83afa6d8e27b3812f6a9d5a623f448fa15e21e065bcdd270f75a6c8de92d5c67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83afa6d8e27b3812f6a9d5a623f448fa15e21e065bcdd270f75a6c8de92d5c67, en de alinea staat in dat document op bytes 39661 tot 40901.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83afa6d8e27b3812f6a9d5a623f448fa15e21e065bcdd270f75a6c8de92d5c67 | shasum -a 256