Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017
Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:599.
Volgens De Groot dient de rechter ter beantwoording van de vraag of een partij in het door haar te leveren bewijs geslaagd is, alle voorhanden bewijsmiddelen met inbegrip van de getuigenverklaring van die partij zelf in de bewijswaardering te betrekken. Daarbij is behoedzaamheid geboden bij het gebruik van een partijgetuigenverklaring indien het voorhanden onvolledig bewijs mede is ontleend aan mededelingen van een partij. In verband met dat laatste verwijst De Groot naar het hiervoor in 2.8 besproken arrest van 17 november 1995.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83afa6d8e27b3812f6a9d5a623f448fa15e21e065bcdd270f75a6c8de92d5c67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83afa6d8e27b3812f6a9d5a623f448fa15e21e065bcdd270f75a6c8de92d5c67, en de alinea staat in dat document op bytes 41223 tot 41772.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83afa6d8e27b3812f6a9d5a623f448fa15e21e065bcdd270f75a6c8de92d5c67 | shasum -a 256