Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017
Onder 2.20 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:599.
In de motiveringsklacht van subonderdeel 1.b voert Ikea op zich met juistheid verder aan dat getuige [betrokkene 7] zelf niet heeft gezien dat het glad was en evenmin op het na de val opgemaakte incidentenformulier heeft ingevuld dat het glad was, maar die eigen waarneming is, zoals we gezien hebben, ook niet vereist en creëert geen onbegrijpelijkheid. Het is goed te volgen dat het hof in de verklaring van [betrokkene 7] (ook) aanvullend bewijs zag. Hij verklaart immers ook dat hij van [verweerster] heeft gehoord dat ze is gevallen door gladheid. Dat is een bevestiging in tijd te situeren direct na het voorval van een niet-familielid die dat destijds heeft vernomen van het slachtoffer kort na de val en heeft duidelijk aanvullende bewijskracht. Het is iets heel anders dan een situatie waarin zo’n verklaring aanvankelijk niet is gedaan door het slachtoffer, maar ergens in een procedure vervolgens jaren later pas komt. Ook de gehoorde familieleden bevestigen dat [verweerster] direct na het voorval heeft verteld dat zij is uitgegleden over een glad stuk bij de ingang. De verdere waardering van een getuigenverklaring is aan de feitenrechter en niet elke meer of minder innerlijke tegenstrijdigheid (zo daar hier al sprake van is) van een verklaring maakt het gebruiken van delen uit die verklaring door de rechter onbegrijpelijk. Het hof heeft dat kennelijk en niet onbegrijpelijk onder meer gewogen in het licht van de vastgestelde omstandigheid dat er de dag vóór de val neerslag is geweest en de temperatuur toen rond het vriespunt schommelde en er op de dag van de val van een minimumtemperatuur van min 4.3 graden Celsius sprake was. Belangrijk is ook dat de moeder van [verweerster] wél heeft verklaard zelf te hebben waargenomen dat [verweerster] over een stuk ijs was uitgegleden (ook al past daar behoedzaamheid bij de waardering gelet op de familierelatie, van welke behoedzaamheid het hof zich volgens rov. 2.13 van het eindarrest ook terdege rekenschap heeft gegeven).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83afa6d8e27b3812f6a9d5a623f448fa15e21e065bcdd270f75a6c8de92d5c67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83afa6d8e27b3812f6a9d5a623f448fa15e21e065bcdd270f75a6c8de92d5c67, en de alinea staat in dat document op bytes 54818 tot 56831.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83afa6d8e27b3812f6a9d5a623f448fa15e21e065bcdd270f75a6c8de92d5c67 | shasum -a 256