Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2017
Onder 2.3. Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:600.
In de bestreden beschikking wordt (onder 1.1) melding gemaakt van een brief van de zoon van 17 januari 2017 onder de processtukken. Blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, blz. 3, heeft de rechter vermeld dat hij een bericht van de zoon heeft waarvan de strekking is dat het hem (de zoon) teveel wordt. Klaarblijkelijk gaat het om de e-mail d.d. 17 januari 2017, gericht aan de behandelaar [betrokkene 1], die de advocaat na de zitting bij de griffie van de rechtbank heeft opgevraagd en als bijlage bij het cassatierekest is gevoegd. Ingevolge het bepaalde in art. 19 Rv behoort de rechter partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over alle bescheiden en andere gegevens die in de procedure ter kennis van de rechter zijn gebracht. Bij zijn beslissing baseert de rechter zijn oordeel, ten nadele van een der partijen, niet op bescheiden of andere gegevens waarover die partij zich niet voldoende heeft kunnen uitlaten .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/858f53e4c6120f73c35322892c6224012cc67a676dab9df85a465eca3fd51bca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 858f53e4c6120f73c35322892c6224012cc67a676dab9df85a465eca3fd51bca, en de alinea staat in dat document op bytes 8501 tot 9533.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/858f53e4c6120f73c35322892c6224012cc67a676dab9df85a465eca3fd51bca | shasum -a 256