Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2017

Onder 2.12. Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:600.

Deze klacht voldoet m.i. niet aan de eisen van precisie en begrijpelijkheid die art. 426a lid 2 Rv aan een cassatiemiddel stelt. De beschikking van de rechtbank is gegeven op de grondslag van het verzoek van de officier van justitie. Ter zitting heeft betrokkene, overeenkomstig art. 8 Wet Bopz, de gelegenheid gehad om verweer te voeren en alle feiten en omstandigheden naar voren te (doen) brengen die zij daartoe van belang achtte. Van een schending van art. 24 Rv is hier geen sprake. Dat de rechter, blijkens het proces-verbaal, terstond na de mondelinge behandeling uitspraak heeft gedaan, waarvan de inhoud afzonderlijk in een beschikking is vastgelegd, betekent niet – als de steller van het middel dát heeft bedoeld – dat de rechtbank aan het gevoerde verweer voorbij is gegaan. Onderdeel 4 treft geen doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/858f53e4c6120f73c35322892c6224012cc67a676dab9df85a465eca3fd51bca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 858f53e4c6120f73c35322892c6224012cc67a676dab9df85a465eca3fd51bca, en de alinea staat in dat document op bytes 17220 tot 18054.