Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:650.

Bij de beoordeling van de hiervóór (onder 2.21) geformuleerde vraag ligt het, gelet op het hierboven (onder 2.22) geciteerde arrest, voor de hand aan te knopen bij het criterium of betrokkene (voldoende) in staat was tot een redelijke waardering van de betrokken belangen (vergelijk ook de art. 3:34 lid 1, 7:450 lid 3 en 7:465 lid 2 en 3 BW, art. 8:21 lid 2 Awb en HR 28 maart 1980, ECLI:NL:HR:1980:AC6859, NJ 1980/378 m.nt. EAAL ) . Althans gaat het erom dat betrokkene in staat was haar wil te bepalen en de betekenis van het instellen van het desbetreffende rechtsmiddel te begrijpen . Voorkomen moet immers worden dat “over het hoofd van de onder curatele gestelde heen wordt geprocedeerd” of dat op naam van de onder curatele gestelde wordt geprocedeerd “zonder dat ten minste aannemelijk is dat deze daartoe zijn wil op redelijke wijze heeft kunnen bepalen, rekening houdende met de aard van het geschil en de mate waarin de onder curatele gestelde daaromtrent tot wilsbepaling in staat is” .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415, en de alinea staat in dat document op bytes 48884 tot 50294.