Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017
Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:650.
Ik acht de subonderdelen echter gegrond, voor zover zij het hof verwijten in strijd met art. 149 Rv ambtshalve feiten te hebben bijgebracht en een ontoelaatbare verrassingsbeslissing te hebben gegeven. Waar betrokkene zich op de correspondentie tussen mr. Van Bentem en de rechtbank had beroepen, lag het weliswaar voor de hand dat het hof ook aandacht zou schenken aan het (ambtshalve aan het hof bekende) vervolg van die correspondentie, maar had het hof dat vervolg van die correspondentie niet aan zijn beslissing ten grondslag mogen leggen, zonder partijen gelegenheid te hebben geboden zich daarover uit te laten . Dat klemt temeer nu het hof betrokkene, “(b)ij gebreke van andersluidende stukken” , tot overlegging waarvan na de e-mail van 14 juni 2016 überhaupt geen mogelijkheid meer heeft bestaan, een onvoldoende onderbouwing van haar (primaire) betoog heeft tegengeworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415, en de alinea staat in dat document op bytes 65386 tot 66387.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415 | shasum -a 256