Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Onder 3.19 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:650.

Volgens subonderdeel 2.2.3 heeft het hof in de rov. 4.9-4.11 en het dictum miskend dat op grond van art. 1:383 lid 2 BW de rechter bij de benoeming van de curator de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene volgt, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. Ingevolge het derde lid van voornoemd artikel wordt, tenzij het tweede lid is toegepast, indien de betrokkene is gehuwd, een geregistreerd partnerschap is aangegaan of anderszins een levensgezel heeft, bij voorkeur de echtgenoot, de geregistreerd partner dan wel een andere levensgezel tot curator benoemd. Is het voorgaande niet van toepassing, dan wordt bij voorkeur één van de ouders, kinderen, broers of zusters tot curator benoemd. Het hof heeft, nog steeds volgens het subonderdeel, bovendien niet gemotiveerd hoe het omgaat met de mening van betrokkene zelf (haar verklaring op 2 mei 2016) en had moeten toetsen aan haar wens, ook in een situatie waarin wijziging van de persoon van de curator wordt gezocht, en een afwijking van de uitgesproken voorkeur in de beslissing voldoende moeten motiveren, aldus het subonderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415, en de alinea staat in dat document op bytes 77222 tot 78417.