Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017
Onder 3.26 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:650.
Noch op grond van art. 802 en 809 lid 2 jo lid 1 Rv, noch op grond van art. 6 EVRM, geldt een verplichting voor de rechter om betrokkene, indien hij dat wenst, slechts in aanwezigheid van diens advocaat te horen . Daarbij zij erop gewezen dat art. 6 lid 3 sub c EVRM - dat handelt over het recht op verdediging en bijstand daarbij van een raadsman - slechts gelding heeft voor strafzaken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415, en de alinea staat in dat document op bytes 86624 tot 87091.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415 | shasum -a 256