Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017
Onder 3.27 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:650.
Geklaagd wordt dat het hof, aldus oordelend, heeft miskend dat het bepaalde in art. 1:381 lid 6 BW niet voorziet in een regeling als de onderhavige en een partij zelf een rechtsmiddel moet kunnen instellen tegen een rechtens onjuiste uitspraak, zodat, zo het, gelet op art. 6 EVRM en het recht op vrije advocaatkeuze, al mogelijk is om het contact tussen een partij en haar advocaat te verbieden, dit aan de procesbevoegdheid van die partij niet afdoet. Volgens het onderdeel heeft het hof dit miskend, dan wel geen inzicht gegeven in zijn gedachtegang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415, en de alinea staat in dat document op bytes 89544 tot 90110.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415 | shasum -a 256