Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:650.

Overigens rijst de vraag naar de tijdigheid en het belang bij de klacht van het onderdeel. Een door de Hoge Raad te constateren nietigheid of uit te spreken vernietiging van de bestreden beslissingen zal niet ertoe leiden dat alsnog voorlopige voorzieningen zouden gelden of zouden hebben gegolden. Daarbij ware te bedenken dat, als het hof de gevraagde voorzieningen niet had geweigerd maar deze had toegestaan, deze voorzieningen hun werking zouden hebben verloren zodra in de hoofdzaak einduitspraak zou zijn gedaan in de instantie waarin de voorzieningen zouden zijn verleend, ongeacht of tegen die einduitspraak een rechtsmiddel zou zijn aangewend en ongeacht of die uitspraak al dan niet uitvoerbaar bij voorraad zou zijn verklaard . Bij die stand van zaken dient naar mijn mening te worden aangenomen dat van uitspraken, waarbij een voorlopige voorziening wordt toegestaan of geweigerd, beroep in cassatie niet slechts kan , maar (op straffe van niet-ontvankelijkheid) ook moet worden ingesteld voordat de einduitspraak is gewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415, en de alinea staat in dat document op bytes 95311 tot 96495.