Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Onder 4.13 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:650.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Uit rov. 4.5 van de beschikking van 5 juli 2016 blijkt dat het hof zijn oordeel omtrent de hier aan de orde zijnde kwestie niet alleen heeft doen steunen op de brief van Balemans uit 2014, hetgeen het hof overigens vrijstond, maar ook op de brief van de huisarts van 18 maart 2016, blijkens welke brief de huisarts zijn bevindingen heeft gebaseerd op veelvuldige bezoeken die (zeer) recent hadden plaatsgevonden. De internist en de huisarts hebben verslag gedaan in het kader van een medisch onderzoek in verband met vermoedens van dementie respectievelijk naar aanleiding van een verzoek van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam om nadere informatie over de (geestelijke) gezondheidstoestand van betrokkene in het kader van het geding over het aan haar advocaat opgelegde contactverbod. Dat de internist of de huisarts niet als onafhankelijk deskundige zou kwalificeren, valt niet in te zien en voert het middel ook niet aan. Bij die stand van zaken geeft het oordeel van het hof in rov. 4.5 van de beschikking van 5 juli 2016 dat van strijd met het genoemde Principle geen sprake is, niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk en is dat oordeel evenmin onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415, en de alinea staat in dat document op bytes 107863 tot 109127.