Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:650.

“(…) Uit hoofde van artikel 1:381 lid 6 BW is de moeder bekwaam in rechte op te treden. De moeder heeft op verschillende momenten aan mr. I.M.B. Kramer, advocaat te Amsterdam, aangegeven dat zij het niet eens is met de curatele en de persoon van de curator. Dat laatste heeft zij, blijkens het p-v van verhoor door het hof op 2 mei 2016, ook nog ten overstaan van het hof herhaald. Omdat mr. Kramer geen advocaat bij de Hoge Raad is heeft zij het dossier overgedragen aan een cassatieadvocaat, teneinde beroep in cassatie in te stellen. Hoewel in dit kader, gelet op het bepaalde in artikel 1:381 lid 6 BW toestemming van de kantonrechter niet noodzakelijk is en het de vraag is of hetgeen het hof in rov 4.1 bepaalde juist is en bovendien niet op onderhavige cassatieprocedure van toepassing is, heeft advocaat dezes separaat vóór het verstrijken van de cassatietermijn, toestemming voor zover mogelijk en voor zover vereist aan de kantonrechter verzocht voor het voeren van deze cassatieprocedure.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f11cfd3d62a0c10d67cb445122e78476e78069dfeece1da9092f2de8cd4ee415, en de alinea staat in dat document op bytes 21478 tot 22499.