Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Onder 3.51 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:657.

Het hof is van oordeel dat het doel van de hier van belang zijnde wettelijke bepalingen, in het bijzonder de artikelen 6:96, 162 en 163 BW, zich niet tegen vereenzelviging verzet. Het hof is voorts van oordeel dat de omstandigheden van het onderhavige geval zodanig uitzonderlijk van aard zijn dat vereenzelviging van de betrokken rechtspersonen – het volledig wegdenken van het identiteitsverschil – de meest aangewezen vorm van redres is (vgl. HR 9 juni 1995, NJ 1996, 213, rov. 3.5). Het hof betrekt bij zijn oordeel dat het wegdenken van de onderscheidenlijke rechtspersoonlijkheden hier niet leidt tot de situatie dat van een grotere (te vergoeden) schade sprake is dan in vergelijking met het geval dat alleen Y of X beide productieprocessen binnen één vennootschap zou hebben gevoerd.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/208b271df28d0dc0589fd2d1ead700c537a293dd1f9d4201f2a6e949a50ac778. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 208b271df28d0dc0589fd2d1ead700c537a293dd1f9d4201f2a6e949a50ac778, en de alinea staat in dat document op bytes 112932 tot 113745.