Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:657.

De rechtbank is vervolgens - in aanvulling op de hiervoor genoemde overwegingen 4.3. en 4.4. - ingegaan op het causaal verband. De rechtbank heeft vooropgesteld dat op Cross Options de last rust om concrete feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit kan volgen dat de door haar geleden schade het toerekenbare gevolg is van een tekortkoming van ING. Het hof had in de eerdere procedure over de vaststelling van de tekortkoming geoordeeld dat ING in de periode van 1 april 1991 tot en met 31 december 1992 niet voldoende leenstukken ter beschikking heeft gesteld aan Extra. Volgens de rechtbank volgt uit dit oordeel nog niet dat ook de werkmaatschappijen niet over voldoende leenstukken hebben kunnen beschikken. Tussen partijen is immers niet meer in geschil dat Extra in de relevante periode ook van diverse andere partijen leenstukken betrok. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat Cross Options ter onderbouwing van haar vordering tenminste zal moeten stellen en bij betwisting bewijzen dat (i) Extra tussen 1 april 1991 en 31 december 1992 niet in de behoefte aan leenstukken van de werkmaatschappijen heeft kunnen voorzien en (ii) dat dit het toerekenbare gevolg is van het feit dat ING onvoldoende leenstukken aan Extra ter beschikking heeft gesteld (rov. 4.5.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/208b271df28d0dc0589fd2d1ead700c537a293dd1f9d4201f2a6e949a50ac778. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 208b271df28d0dc0589fd2d1ead700c537a293dd1f9d4201f2a6e949a50ac778, en de alinea staat in dat document op bytes 20707 tot 22068.