Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:657.

In een zodanig geval kan op een tweetal manieren getracht worden de schade te verhalen. In de eerste plaats zouden de dochterbedrijven schadevergoeding van de contractspartner van hun moeder (hier: ING) kunnen vorderen. Zij zouden daartoe kunnen aanvoeren dat ING zich ook de – voor haar kenbare en gerechtvaardigde – belangen van de dochters (ondanks dat zij als derden ten opzichte van het contract moeten worden aangemerkt ) aan te trekken, dat ING dit heeft nagelaten en dat zij uit dien hoofde aansprakelijk is. In deze zaak is niet voor die route gekozen. In cassatie heeft Cross Options hierover gesteld dat de dochterbedrijven zelf geen schadevergoeding kunnen vorderen. Daarmee bedoelt Cross Options vermoedelijk dat de dochterbedrijven geen partij waren bij de raamovereenkomst en dat zij om die reden geen eigen actie uit hoofde van wanprestatie konden instellen tegen ING. Praktisch is verder van belang dat bij een vordering van de dochterbedrijven een eventuele schadevergoeding in het vermogen van die dochterbedrijven valt. De schadevergoeding komt in dat geval dus (mede) ten goede aan de crediteuren van de dochterbedrijven. Uit het dossier blijkt niet in hoeverre dat aspect een rol heeft gespeeld in de afweging, maar feit is dat de crediteuren van de dochters gebaat zijn bij een aanspraak van de dochters en niet bij de hierna te bespreken bypass ten gunste van de moeder.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/208b271df28d0dc0589fd2d1ead700c537a293dd1f9d4201f2a6e949a50ac778. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 208b271df28d0dc0589fd2d1ead700c537a293dd1f9d4201f2a6e949a50ac778, en de alinea staat in dat document op bytes 59221 tot 60859.