Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Onder 2.4. Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:659.

Ik begrijp het onderdeel aldus dat het een beroep doet op het leerstuk van het gedekte verweer. Dat leerstuk vormt een uitzondering op het beginsel dat partijen vrij zijn om in hoger beroep geheel of gedeeltelijk een ander standpunt in te nemen dan in eerste aanleg. Naast art. 348 Rv zijn er meer rechtsregels die tot een uitzondering op dat beginsel kunnen leiden, in het bijzonder de gerechtelijke erkentenis (art. 154 Rv), de eisen van een goede procesorde en redelijkheid en billijkheid. Ik meen dat het van belang is om vast te stellen dat van die uitzonderingen het gedekte verweer de minst genuanceerde is. Dat de goede procesorde en redelijkheid en billijkheid als maatstaf inherent geschikt zijn om maatwerk te leveren, behoeft geen betoog. De gerechtelijke erkentenis staat dichtbij het gedekt verweer, maar kent de nuance dat die erkentenis soms kan worden herroepen (art. 154 lid 2 Rv). Art. 348 Rv kent geen vergelijkbare voorziening. Bij dit alles komt nog dat het leerstuk van het gedekte verweer alleen de oorspronkelijke verweerder beperkt in het standpunt dat deze in hoger beroep kan innemen en dus niet de oorspronkelijke eiser. Een ruime toepassing van art. 348 Rv zou daarom gemakkelijk leiden tot een niet te rechtvaardigen ongelijke behandeling van procespartijen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79dc5cc1e54c91983399664facd38fdbb3e19fcd12691058899a0a5e9d8a0308. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79dc5cc1e54c91983399664facd38fdbb3e19fcd12691058899a0a5e9d8a0308, en de alinea staat in dat document op bytes 16380 tot 17973.