Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Onder 2.9. Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:659.

Volgens het onderdeel ligt in deze passage besloten dat volgens de Bank [eisers] de betreffende positie wel degelijk hielden. Mede in het licht van wat hiervoor is gezegd over de terughoudendheid die bij de toepassing van art. 348 Rv past, is dat niet juist. Mrs. Vermeulen en Hummelen wijzen er in hun schriftelijke toelichting terecht op dat voorafgaand aan de bedoelde reactie door de rechtbank, namelijk in rechtsoverweging 2.9 van het vonnis van 12 juli 2006, was beslist dat ‘het verweer van de Bank dat deze opdracht [de hiervoor genoemde opdracht III] niet zou zijn gegeven faalt omdat de stelling van [eisers] [dat de opdracht is gegeven] onvoldoende gemotiveerd is betwist’. Bij die stand van de procedure in eerste aanleg is het begrijpelijk dat de Bank in haar reactie op het deskundigenbericht ervoor heeft gekozen om haar betwisting van de bedoelde opdracht niet te herhalen en in plaats daarvan voor een ander anker is gaan liggen. Een ondubbelzinnig prijsgeven van het verweer dat de opdracht niet is gegeven, ligt daarin niet besloten. Om die reden kan ook geen sprake zijn van een in een dergelijke prijsgave besloten liggende erkenning dat [eisers] een positie van USD/CAD ter waarde van USD 12,5 miljoen in portefeuille hadden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79dc5cc1e54c91983399664facd38fdbb3e19fcd12691058899a0a5e9d8a0308. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79dc5cc1e54c91983399664facd38fdbb3e19fcd12691058899a0a5e9d8a0308, en de alinea staat in dat document op bytes 21229 tot 22494.