Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Onder 2.15. Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:659.

Hoewel het de vraag is of álle in de punten 13 tot en met 19 van de pleitnota van 30 april 2015 genoemde bezwaren tegen het overzicht van de bank eerst naar voren konden worden gebracht na ontvangst van de bankafschriften naar aanleiding van het arrest in het incident, is dat ten minste voor een deel van die bezwaren klaarblijkelijk het geval. Ik noem in dit verband in het bijzonder punt 18 van de pleitnota, waar [eisers] betogen dat de saldi van een aantal rekeningen niet in het overzicht zijn opgenomen en onder verwijzing naar bijlage 4 stellen dat met het opnemen van die rekeningen een overschot (in plaats van een liquidatietekort) zou bestaan. Bijlage 4 betreft een overzicht van de saldi van de acht rekeningen waarvan in het arrest in het incident is bepaald dat de Bank de afschriften aan [eisers] moest overhandigen. Uit kolom H in de bijlage blijkt dat in ieder geval ten aanzien van zeven rekeningen het genoemde saldo is gebaseerd op ná de memorie van grieven verkregen informatie. Met de overweging dat alle in punt 13 tot en met 19 van de pleitnota genoemde bezwaren van [eisers] tardief zijn en gesteld noch gebleken is dat deze bezwaren niet eerder naar voren gebracht hadden kunnen worden, sloeg het hof dus de plank mis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79dc5cc1e54c91983399664facd38fdbb3e19fcd12691058899a0a5e9d8a0308. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79dc5cc1e54c91983399664facd38fdbb3e19fcd12691058899a0a5e9d8a0308, en de alinea staat in dat document op bytes 27753 tot 29013.