Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017
Onder 2.26. Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:659.
[eisers] hebben met ‘grief VII’ tegen rechtsoverweging 2.3 van het vonnis van 12 juni 2006 intussen wel degelijk bezwaar gemaakt tegen de kwalificatie van de getuige [eiseres 2] als een ‘partijgetuige’. Dat bezwaar is door hen daar uitsluitend gemotiveerd met de stelling dat de rechtbank de bewijslast op de Bank had moeten leggen. En het hof heeft die ‘grief’ in het slot van rechtsoverweging 7.3 verworpen. Een en ander maakt echter nog steeds niet dat de klacht van het onderdeel op het grievenstelsel afstuit. Waar een grief niet nodig was (en in strikte zin ook onmogelijk), kunnen geen gevolgen worden verbonden aan de omstandigheid dat door [eisers] tegen de kwalificatie ‘partijgetuige’ onverplicht een bezwaar was geformuleerd. Het hof diende dus zelfstandig te oordelen over de vraag of [eiseres 2] wel of geen partijgetuige in de zin van de regel van art. 164 lid 2 Rv is, zodra het op die vraag aankwam.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79dc5cc1e54c91983399664facd38fdbb3e19fcd12691058899a0a5e9d8a0308. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79dc5cc1e54c91983399664facd38fdbb3e19fcd12691058899a0a5e9d8a0308, en de alinea staat in dat document op bytes 42280 tot 43235.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/79dc5cc1e54c91983399664facd38fdbb3e19fcd12691058899a0a5e9d8a0308 | shasum -a 256