Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017
Onder 2.27. Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:659.
[eisers] hebben dit niet behoeven op te vatten als een beslissing omtrent het al dan niet van toepassing zijn van de regel van art. 164 lid 2 Rv. De rechtbank had klaarblijkelijk uitsluitend het oog op de vraag of de in het voorlopig getuigenverhoor afgelegde verklaringen dezelfde bewijskracht hadden als waren zij in het hoofdgeding afgelegd. Ook voor deze overweging van de rechtbank geldt dus dat niet nodig was dat [eisers] daartegen een grief richtten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79dc5cc1e54c91983399664facd38fdbb3e19fcd12691058899a0a5e9d8a0308. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79dc5cc1e54c91983399664facd38fdbb3e19fcd12691058899a0a5e9d8a0308, en de alinea staat in dat document op bytes 44085 tot 44632.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/79dc5cc1e54c91983399664facd38fdbb3e19fcd12691058899a0a5e9d8a0308 | shasum -a 256