Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Onder 2.28. Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:659.

De klacht dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat [eiseres 2] in de zaak tussen [eiseres 1] en de Bank partijgetuige is, slaagt. Indien sprake is van subjectieve cumulatie van gedaagden, waarbij tegen elk van de gedaagden afzonderlijk geprocedeerd had kunnen worden, is iedere gedaagde geen partijgetuige in de zaak tegen de andere gedaagden. De ratio van deze regel is er in gelegen dat voorkomen moet worden dat een eiser door cumulatie van gedaagden een wederpartij willekeurig een getuige uit handen slaat, of preciezer, die getuige tot partijgetuige kan devalueren. In het spiegelbeeldige geval van subjectieve cumulatie van vorderingen, waarin de vorderingen van elke eiser ook afzonderlijk tegen de gedaagde hadden kunnen worden ingesteld, geldt eenzelfde regel. Iedere eiser is dan geen partijgetuige in de zaak van de andere eisers. De ratio zal er in dat geval in gelegen zijn dat niet goed valt in te zien waarom eisers die gebruik maken van de hen geboden (en uit oogpunt van proceseconomie vaak wenselijke) mogelijkheid om hun vorderingen tegen een en dezelfde gedaagde te cumuleren, daarvan bij de toepassing van de regel van art. 164 lid 2 Rv nadeel zouden moeten ondervinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79dc5cc1e54c91983399664facd38fdbb3e19fcd12691058899a0a5e9d8a0308. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79dc5cc1e54c91983399664facd38fdbb3e19fcd12691058899a0a5e9d8a0308, en de alinea staat in dat document op bytes 44717 tot 46183.