Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 2017

Onder 2.10. Parket bij de Hoge Raad 23 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:666.

In de beschikking HR 19 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BG3828, liet de Hoge Raad, met toepassing van art. 81 RO, het oordeel van de rechtbank in stand, dat de verzoeker niet-ontvankelijk was in zijn hoger beroep, omdat de oproep door de griffier aan een getuige om op grond van art. 66 Fw door de rechter-commissaris te worden gehoord geen beschikking van de rechter-commissaris is zoals bedoeld in art. 67 Fw. In de conclusie bij dit arrest merkte A-G Wesseling-van Gent op dat, hoewel de brief afkomstig is van de griffier, het geen twijfel lijdt dat de oproeping is gelast door de rechter-commissaris, waardoor de brief geacht kan worden van de rechter-commissaris afkomstig te zijn en dat de bestreden rechtsoverweging in zoverre dan ook onjuist was. Het middel kon volgens A-G Wesseling-van Gent toch niet tot cassatie leiden omdat de oproeping een maatregel betrof om de geregelde loop van het getuigenverhoor op gang te brengen, zoals bedoeld in HR 6 oktober 2006, RvdW 2006/921, en het mitsdien geen beschikking van de rechter-commissaris was in de zin van art. 67 Fw, zodat de rechtbank de verzoeker terecht niet-ontvankelijk had verklaard. Zie in deze zin over art. 67 Fw ook HR 6 oktober 2006, NJ 2010/185 ( [...] /Curatoren).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2fb3cd16405a35fa8b502304edbae2a8c5d3fb9367eba626de9da47b99e57c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2fb3cd16405a35fa8b502304edbae2a8c5d3fb9367eba626de9da47b99e57c7, en de alinea staat in dat document op bytes 19588 tot 20972.