Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 2017
Onder 2.12. Parket bij de Hoge Raad 23 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:666.
Het voorgaande leidt ertoe dat ik met de rechtbank van oordeel ben – ik verwijs naar rov. 2.3 van de bestreden beschikking – dat de dagbepaling en oproeping voor een getuigenverhoor ex art. 66 Fw en de dagbepaling en oproeping voor een verhoor van de schuldenaar ex art. 327 jo. 105 Fw naar hun aard gelijk zijn te achten. De oproeping aan een failliet/schuldenaar om op grond van art. 105 jo. 327 Fw inlichtingen te verschaffen verschilt materieel immers nauwelijks van de oproep aan een getuige om opheldering te verschaffen van alle omstandigheden die het faillissement betreffen ex art. 66 Fw. Het betreffen beiden maatregelen die enkel worden genomen om de geregelde loop van het (getuigen)verhoor op gang te brengen. Dit betekent dan ook dat de oproeping door de griffier namens de rechter-commissaris per brief van 27 januari 2017 aan [verzoekster] , niet als een beschikking in de zin van art. 315 Fw is te beschouwen. Zodat de rechtbank [verzoekster] m.i. terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar beroep.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2fb3cd16405a35fa8b502304edbae2a8c5d3fb9367eba626de9da47b99e57c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2fb3cd16405a35fa8b502304edbae2a8c5d3fb9367eba626de9da47b99e57c7, en de alinea staat in dat document op bytes 22882 tot 23921.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2fb3cd16405a35fa8b502304edbae2a8c5d3fb9367eba626de9da47b99e57c7 | shasum -a 256