Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:7.
Het eerste onderdeel richt een motiveringsklacht tegen de tweede tot en met zesde volzin uit rov. 3.4 en klaagt dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat [eiser] in de veronderstelling was dat hij een huurovereenkomst met [verweerster 2] had gesloten en daarom niet [verweerster 1] heeft gedagvaard. Dit is volgens de klacht een onbegrijpelijke uitleg van de eerste grief tegen het oordeel dat [verweerster 2] geen partij was bij de huurovereenkomst, omdat die grief aanvoert dat [verweerster 2] had moeten begrijpen dat de dagvaarding voor haar moeder bedoeld was en het verweer aan haar had moeten overlaten, waar de kantonrechter [verweerster 2] op zou hebben moeten wijzen. De klacht wil dit vastknopen aan de stelling bij pleidooi in appel zijdens [eiser] dat de enige grief de hoedanigheid van de gedagvaarde persoon betreft, die ‘gewoon’ [verweerster 1] zou zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4c7c20bb3e213181d2818dd5c04e01db2b7ce3442b2ca15936abe6958582671. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4c7c20bb3e213181d2818dd5c04e01db2b7ce3442b2ca15936abe6958582671, en de alinea staat in dat document op bytes 16582 tot 17508.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4c7c20bb3e213181d2818dd5c04e01db2b7ce3442b2ca15936abe6958582671 | shasum -a 256