Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017
Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:7.
Ik begrijp de klacht aldus dat het hof verstekverlening had moeten onderzoeken, omdat weliswaar formeel de verkeerde partij is gedagvaard, die ook was verschenen, maar duidelijk was wie de materiële andere procespartij was, die niet was verschenen, tegen wie dan verstek had moeten worden verleend. Dat komt onjuist voor. Dat [eiser] van de onjuiste premisse uitgaat dat de gedagvaarde formele partij [verweerster 2] een ‘schijnpartij’ is en dat de werkelijke gedaagde (maar formeel niet gedagvaarde) een andere persoon is, namelijk haar moeder [verweerster 1] , blijkt ook uit de in 1.8 weergegeven beweegreden van [eiser] om de cassatiedagvaarding aan zowel [verweerster 2] als [verweerster 1] uit te brengen. Partijwisseling in deze vorm is geen erkende vorm in ons recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4c7c20bb3e213181d2818dd5c04e01db2b7ce3442b2ca15936abe6958582671. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4c7c20bb3e213181d2818dd5c04e01db2b7ce3442b2ca15936abe6958582671, en de alinea staat in dat document op bytes 27270 tot 28064.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4c7c20bb3e213181d2818dd5c04e01db2b7ce3442b2ca15936abe6958582671 | shasum -a 256