Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:7.
Voor zover het ervoor gehouden zou moeten worden, mede gelet op hetgeen op de voorlaatste pagina van de cassatiedagvaarding wordt aangevoerd, dat in de klacht besloten ligt dat sprake was van een materieel gebrek in een partijaanduiding dat door het hof zou zijn miskend – maar ik lees dat bepaald niet duidelijk en precies genoeg in het onderdeel, dat als gezegd volgens mij aandraagt dat (zonder dat sprake is van enige herstelpoging zijdens [eiser] , voeg ik daar aan toe) verstekverlening tegen de materieel beoogde, maar formeel niet gedagvaarde partij had moeten worden onderzocht – kaart ik het volgende aan. Daarbij staat voorop dat moet worden onderscheiden tussen aanduiden/dagvaarden van een verkeerde persoon enerzijds (in ons geval: niet de verhuurster) en anderzijds het weliswaar dagvaarden van de juiste persoon (dus anders dan in ons geval: op zich zelf wel de (voormalige) juridische verhuurster), maar met een gebrek in de juistheid van de aanduiding van die juiste persoon, waarop het volgende exposé ziet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4c7c20bb3e213181d2818dd5c04e01db2b7ce3442b2ca15936abe6958582671. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4c7c20bb3e213181d2818dd5c04e01db2b7ce3442b2ca15936abe6958582671, en de alinea staat in dat document op bytes 28144 tot 29223.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4c7c20bb3e213181d2818dd5c04e01db2b7ce3442b2ca15936abe6958582671 | shasum -a 256