Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:7.

Of de deformalisering zo ver gaat, dat de Seacon -leer kan worden doorgetrokken naar dagvaarding van een verkeerde partij in eerste aanleg (dochter in plaats van moeder, wonend op verschillende adressen, zodat de dagvaarding ook alleen bij de dochter is betekend en er geen sprake is van eerdere gezamenlijke betrokkenheid in rechte of een gemeenschappelijke advocaat), lijkt mij zeer de vraag, bijzondere omstandigheden daargelaten; ik zou dat in zijn algemeenheid niet zonder meer willen bepleiten en zie dat bevestigd in het evengenoemde [...] -arrest voor wat betreft de waarborgkwestie. De rechtszekerheid komt dan in het geding. Voor het gezag van gewijsde en de uitvoerbaarheid van een vonnis moet vaststaan tussen welke partijen dat vonnis geldt. In de woorden van A-G Langemeijer in diens conclusie voor Montis/ [...] II onder 3.9: ‘Daarmee strookt in het algemeen wel het herstel van een kennelijke verschrijving in de naamsaanduiding van een procespartij, in welk geval de procespartij immers één en dezelfde blijft. Daarmee strookt in het algemeen minder goed de vervanging als procespartij van de ene rechtspersoon door de andere.’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4c7c20bb3e213181d2818dd5c04e01db2b7ce3442b2ca15936abe6958582671. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4c7c20bb3e213181d2818dd5c04e01db2b7ce3442b2ca15936abe6958582671, en de alinea staat in dat document op bytes 36836 tot 38103.