Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Onder 5.5 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:73.

Ik merk nog op dat het betoog van [A] veronderstelt, dat Uw Raad in het kader van de prejudiciële procedure de ruimte heeft om, anders dan het hof deed, te oordelen dat art. 6 Bijzondere Voorwaarden los van art. 15 moet worden uitgelegd. Die veronderstelling lijkt voort te borduren op de ruimte die Uw Raad heeft bij de beoordeling van gemengde beslissingen in een prejudiciële procedure. Het is naar mijn mening voorstelbaar dat bepaalde prejudiciële vragen slechts nuttig beantwoord kunnen worden indien de Hoge Raad de uitleg van dergelijke algemene voorwaarden meer aan zich trekt. Vanuit een oogpunt van consistente rechtspraak verdient het immers aanbeveling dat in deze gevallen dezelfde lijn wordt gevolgd. Men zou bijvoorbeeld kunnen denken aan het geval dat hoven verschillend zouden (blijven) oordelen over de uitleg van een beding in algemene voorwaarden en daarom komen tot een andere beoordeling van de (on)eerlijkheid van dat beding. Van een dergelijke situatie is, voor zover ik kan beoordelen, thans geen sprake. Het hof heeft zijn uitleg van art. 6 Bijzondere Voorwaarden ook niet aan de Hoge Raad voorgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab5a0595418a4eced83d40d6b8baec9cc0c3bf1b42c4fc4543da4cbac94a7895. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab5a0595418a4eced83d40d6b8baec9cc0c3bf1b42c4fc4543da4cbac94a7895, en de alinea staat in dat document op bytes 46186 tot 47458.