Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Onder 6.36 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:73.

Bovendien is de vraag of de stelling dat [A] in een betere positie zou hebben verkeerd bij toepassing van art. 2 Overeenkomst Profit Effect juist is. Zowel Dexia (Akte d.d. 26 januari 2016 nr. 12) als [A] (Reactie op SO Dexia nr. 9) rekenen voor dat voor [A] beëindiging op de voet van art. 2 Overeenkomst Profit Effect dan wel art. 6 Bijzondere Voorwaarden niet tot grote verschillen leidt. Bij die berekeningen wordt het op grond van art. 2 Overeenkomst Profit Effect verschuldigde bedrag overigens, conform het standpunt van Dexia, niet contant gemaakt op de voet van art. 11 Bijzondere Voorwaarden. Ook wordt geen rekening gehouden met de bepaling in art. 2 Overeenkomst Profit Effect, dat de afnemer bij beëindiging binnen de eerste 36 maanden aan de lessee een bedrag verschuldigd is gelijk aan 50% van de nog niet verstreken bruto maandtermijnen tot en met de 120e maand, vermeerderd met 10% van de reeds verstreken bruto maandtermijnen en verminderd met de nog niet verstreken vooruitbetaalde bruto maandtermijnen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab5a0595418a4eced83d40d6b8baec9cc0c3bf1b42c4fc4543da4cbac94a7895. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab5a0595418a4eced83d40d6b8baec9cc0c3bf1b42c4fc4543da4cbac94a7895, en de alinea staat in dat document op bytes 110415 tot 111452.