Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017
Onder 6.43 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:73.
Of de contractuele vergoeding op de voet van art. 6 gelezen in verbinding met art. 15 Bijzondere Voorwaarden een oneerlijk beding is, hangt af van alle omstandigheden van het geval. Daarbij is in het bijzonder van belang of het beding leidt tot een onevenredig hoge schadevergoeding als bedoeld in punt 1 onder e van de Bijlage bij de Richtlijn. Daartoe kan de rechter de contractuele vergoeding vergelijken met de vergoeding volgens de wet die volgt uit de in rov. 2.7 van het tussenarrest van 15 december 2015 geformuleerde (en nog nader te concretiseren) maatstaf, indien wordt vastgesteld dat, kort gezegd, de financieringskosten van Dexia blijven doorlopen na tussentijdse beëindiging van de effectenleaseovereenkomst (vergelijk thans art. 7:68 lid 3 BW). Het is niet nodig om bij de beoordeling van het beding een onderscheid te maken al naar gelang de effectenleaseovereenkomst leidt tot een onaanvaardbaar zware financiële last.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab5a0595418a4eced83d40d6b8baec9cc0c3bf1b42c4fc4543da4cbac94a7895. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab5a0595418a4eced83d40d6b8baec9cc0c3bf1b42c4fc4543da4cbac94a7895, en de alinea staat in dat document op bytes 120224 tot 121175.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ab5a0595418a4eced83d40d6b8baec9cc0c3bf1b42c4fc4543da4cbac94a7895 | shasum -a 256