Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017

Onder 2.4. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:77.

‘3.11 Het hof is van oordeel dat [eiser] op zichzelf gelijk heeft dat de Regeling 2004 niet de verplichting kent dat leden van het College van Bestuur, voor wie die regeling geldt, de inkomsten die zij verkrijgen met nevenfuncties, moeten terugbetalen. Artikel 5 van de Regeling 2004 behelst niet meer dan dat nevenfuncties schriftelijk moeten worden gemeld, dat “de Commissie” – dit is de commissie die bestaat uit de voorzitter en twee leden van de Raad van Toezicht, zoals is vastgesteld in het memorandum van die Raad van 21 maart 2001 – met de nevenfunctie al dan niet akkoord gaat en dat bij die beslissing de financiële consequenties nader worden besproken en door de commissie worden vastgesteld. Ook in de regeling van het vroegpensioen in artikel 6 van de Regeling 2004 is geen onvoorwaardelijke verplichting vastgelegd om neveninkomsten voor zover die uitstijgen boven 100% van het laatstgenoten salaris, af te dragen. Bepaald is daarin immers slechts dat met de werkgever over het meerdere “overeenstemming” moet worden bereikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98a3590e8e0a0bf7e486d75d835ae1e09c251a8b8209ac1890efff3a35b2a70e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98a3590e8e0a0bf7e486d75d835ae1e09c251a8b8209ac1890efff3a35b2a70e, en de alinea staat in dat document op bytes 30086 tot 31154.