Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017

Onder 3.17. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:77.

[eiser] heeft nog aangevoerd dat hij er niet op bedacht behoefde te zijn dat in de overeenkomst van 23 juni 2004 andere verplichtingen zouden worden opgenomen dan die reeds in de Regeling 2004 of in de in 2001 ingevoerde regeling met arbeidsvoorwaarden voor leden van het College van Bestuur zijn vastgelegd, en dat hij er dus ook geen rekening mee behoefde te houden dat hij eventuele neveninkomsten in de periode dat hij als adviseur voor het College van Bestuur zou optreden, zou moeten terugbetalen. Dat beroep op de Regeling 2004 gaat naar het oordeel van het hof niet op. Zoals hiervoor is overwogen, bevat de Regeling 2004 immers ook voor de situatie dat een lid van het College van Bestuur met vroegpensioen gaat, een mildere regeling met betrekking tot de verplichting om neveninkomsten terug te betalen. Onder de Regeling 2004 is immers geen “onvoorwaardelijke terugbetalingsverplichting” opgenomen maar daarin is slechts bepaald dat over deze meerverdiensten met de werkgever overeenstemming moet worden bereikt. Artikel 5 van de overeenkomst van 23 juni 2004 bevat echter een expliciete gespecificeerde regeling die anders luidt dan de bepaling in de Regeling 2004, zodat [eiser] in zoverre niet op voortzetting van de Regeling 2004 heeft mogen vertrouwen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98a3590e8e0a0bf7e486d75d835ae1e09c251a8b8209ac1890efff3a35b2a70e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98a3590e8e0a0bf7e486d75d835ae1e09c251a8b8209ac1890efff3a35b2a70e, en de alinea staat in dat document op bytes 35480 tot 36775.