Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017

Onder 2.7. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:77.

Een duidelijke klacht naar aanleiding van deze opsomming van stellingen van [eiser] lees ik in het onderdeel niet. In het bijzonder lees ik niet dat sprake is van essentiële stellingen die door het hof ten onrechte onbesproken zijn gelaten. Ik wijs er nog op dat het perspectief van vrijwel alle van de door [eiser] bedoelde stellingen is wat hij heeft begrepen en geweten. Daar gaat het echter niet alleen om: het gaat er ook om wat [eiser] redelijkerwijs heeft moeten begrijpen en redelijkerwijs heeft moeten weten. Dat geldt altijd (art. 3:11 BW) en dat geldt te meer voor een werknemer die ten tijde van het aangaan van de overeenkomst voorzitter van het College van Bestuur was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98a3590e8e0a0bf7e486d75d835ae1e09c251a8b8209ac1890efff3a35b2a70e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98a3590e8e0a0bf7e486d75d835ae1e09c251a8b8209ac1890efff3a35b2a70e, en de alinea staat in dat document op bytes 42078 tot 42846.