Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017
Onder 2.15. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:77.
Mij dunkt dat juist is dat de stelplicht en bewijslast op Armarantis rusten, waar zij immers de door haar verdedigde uitleg van artikel 5 aan haar beroep op verrekening ten grondslag legt. Uit niets volgt echter dat het hof dit heeft miskend. Stelplicht en bewijslast zijn slechts aan de orde voor zover relevante feiten niet vaststaan. Dat het hof, nadat het in artikel 5 van de overeenkomst van 23 juni 2004 een aanwijzing had gelezen dat een onvoorwaardelijke verplichting tot terugbetaling van eventuele neveninkomsten was overeengekomen, vooral argumenten van [eiser] bespreekt en daarbij dan overweegt dat die niet overtuigend zijn, is verklaarbaar uit de gehoudenheid van het hof om zijn oordeel te motiveren en daarbij op essentiële stellingen van [eiser] te responderen en betekent geenszins dat het hof van een onjuiste bewijslastverdeling is uitgegaan. Waarom dat anders zou zijn, duidt het middel ook niet met voldoende nauwkeurigheid aan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98a3590e8e0a0bf7e486d75d835ae1e09c251a8b8209ac1890efff3a35b2a70e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98a3590e8e0a0bf7e486d75d835ae1e09c251a8b8209ac1890efff3a35b2a70e, en de alinea staat in dat document op bytes 49513 tot 50479.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/98a3590e8e0a0bf7e486d75d835ae1e09c251a8b8209ac1890efff3a35b2a70e | shasum -a 256