Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017

Onder 3.22. Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:77.

Terecht heeft de kantonrechter overwogen dat een enkel stilzitten van Amarantis op dit punt geen afstand van recht oplevert, te minder nu de Regeling 2004 en de daarna tussen partijen gesloten overeenkomsten een verplichting tot het verstrekken van bedoelde informatie kennen. Ook heeft de kantonrechter terecht overwogen dat de omstandigheid dat de leden van het College van Bestuur van de activiteiten van [eiser] op de hoogte waren, hem niet van zijn verplichting ontsloeg om een volledig overzicht van zijn werkzaamheden aan Amarantis te verschaffen. [eiser] voert in de toelichting op de grief aan dat de redelijkheid en billijkheid meebrengen hij onder de gegeven omstandigheden erop mocht vertrouwen dat Amarantis geen volledige opgave van zijn nevenwerkzaamheden verlangde. Waar [eiser] stelt dat hij ook al in de tijd dat hij voorzitter van het College van Bestuur was, nevenfuncties en -werkzaamheden had en dat Amarantis daar volledig van op de hoogte was, omdat daarover in jaarlijkse beoordelingsgesprekken is gesproken, miskent hij dat het hier niet gaat om de periode dat hij lid was van het College van Bestuur, maar over de periode daarna, nog daargelaten dat in de Regeling 2004 expliciet een schriftelijke meldplicht is opgelegd en niet gebleken is dat [eiser] die verplichting heeft nageleefd. De stelling van [eiser] dat hij na zijn aftreden als voorzitter “geen enkel geheim” heeft gemaakt van zijn nevenwerkzaamheden is te vaag om daaraan in dit verband betekenis te kunnen hechten. Ook zijn stelling dat hij toenmalig bestuursvoorzitter [betrokkene] “altijd op de hoogte heeft gehouden” en “vaak” ook schriftelijk verslag heeft gedaan, is te weinig specifiek. Daarbij verdient aantekening dat de verplichting van artikel 5 van de overeenkomst van 23 juni 2004 inhoudt dat [eiser] uiterlijk 1 juli van elk jaar opgave doet van zijn inkomsten uit werkzaamheden en [eiser] daaromtrent niets stelt en [betrokkene] als getuige in het gehouden voorlopig getuigenverhoor heeft verklaard omtrent de omvang van de neveninkomsten van [eiser] zich niet iets te kunnen herinneren. Het bewijsaanbod dat [eiser] op dit punt heeft gedaan wordt daarom gepasseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98a3590e8e0a0bf7e486d75d835ae1e09c251a8b8209ac1890efff3a35b2a70e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98a3590e8e0a0bf7e486d75d835ae1e09c251a8b8209ac1890efff3a35b2a70e, en de alinea staat in dat document op bytes 59723 tot 61919.